De Vader Zelf heeft u lief – een grootse belofte

Over vragen, bidden, vertrouwen en de verborgen omgang met God.

In Johannes 16 staat een tekst waar we moeite mee hebben, omdat we niet weten of de belofte die er in zit wel waar is. “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u de Vader zult bidden in Mijn Naam, zal Hij u geven.” (Johannes 16:23).

De context is het gesprek van de Heer Jezus met Zijn discipelen voordat Hij – na tot zijn Vader gesproken te hebben in hoofdstuk 17 – op weg gaat naar het Kruis (Johannes 16:16-28/33). Het zijn de laatste woorden tot de groep discipelen en moeten daarom ongelooflijk belangrijk zijn. Niet voor niks begint de Heer de tekst met ‘voorwaar, voorwaar …’ om het belang te onderstrepen.

En toch kunnen we de tekst moeilijk duiden. Want wat we wel aanvoelen is dat het niet zo is dat je hiermee allerlei dingen aan de Vader kunt vragen, die Hij je dan zou geven. Het moet iets anders zijn. Maar wat?

Betekenis, bedoeling en beeldspraak

Het gaat in dit gedeelte om dingen die de Heer zegt tegen Zijn discipelen en die ze niet begrijpen. In vers 17 zeggen sommigen onder elkaar: ‘wat betekent dit?’ en de vervolgvraag in vers 18 luidt ‘wat bedoelt Hij er mee?’.
Verderop zegt de Heer Zelf nog dat Hij nu ‘in beeldspraak’ tot hen heeft gesproken, maar later niet meer in beeldspraak, maar openlijk met hen zal spreken. 

Een ding is hier wel duidelijk: dit gedeelte gaat er over dat ze de dingen die de Heer Jezus tegen hen zei, niet of niet goed konden begrijpen. Als zodanig zijn de dingen die hier genoemd worden ook voor ons relevant wanneer we de Bijbel, het Woord van God, lezen. Het is als het ware een korte cursus ‘Hoe lees ik de Bijbel’1. De eerste drie lessen die we altijd moeten stellen bij het lezen van de Bijbel, zijn de volgende:

  • De eerste is: wat is de betekenis of ‘wat zegt de tekst’. Dat duidt er op dat we de tekst geen dingen moeten laten zeggen die de tekst niet zegt. We moeten dicht bij de tekst blijven (zie ook 1 Korinthe 4:6). Dat is de eerste les uit de cursus.
  • Het volgende dat we moeten vragen is ‘wat is de bedoeling van de tekst’ ?  De woorden van de Heer Jezus hebben altijd een doel en vaak is dat niet altijd direct duidelijk. Wanneer we de Bijbel lezen moeten we als tweede vragen naar het doel van de tekst. Vaak wordt de bedoeling duidelijk als je kijkt naar de context waarin de tekst gesteld is. Maar soms vind je de bedoeling verderop of op een andere plek in het Woord.
  • Tenslotte is de derde les die van de beeldspraak. Beeldspraak – ook wel ‘metaforen’2 genoemd – beschrijft niet de directe betekenis, maar wijst vooral ook naar een andere werkelijkheid. Dan is het een verwijzing naar iets anders en moeten we dat andere in de beschouwing betrekken.

Beeldspraak en de noodzaak om vragen te stellen

De hele bijbel staat vol met metaforen en het is belangrijk om ons bij het Bijbellezen steeds af te vragen of het een metafoor is en naar welke werkelijkheid het verwijst.
In het evangelie naar Johannes vinden we meerdere voorbeelden dat de Heer Jezus in metaforen spreekt, maar de toehoorders – de discipelen of de Joden – het niet begrepen.

Dan wordt ook meteen duidelijk dat de Heer metaforen gebruikt met als doel dat de hoorders erover nadenken, eerlijk zijn in het constateren dat ze de betekenis en/of de bedoeling niet begrijpen en dan van daaruit vragen gaan stellen. Die vragen konden ze kwijt bij de Heer; soms kregen ze direct een antwoord, soms ook later. Vaak hebben ze pas veel later begrepen wat de Heer eigenlijk had gezegd.

We noemen de volgende voorbeelden dat de Heer beeldspraak gebruikte en het niet begrepen werd.

  • Breek deze tempel af, en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.” (Johannes 2:19-22). De Joden denken letterlijk aan de tempel van stenen. Pas later (Johannes 20:9) begrijpen de discipelen dat het over Zijn lichaam gaat.
  • Wie niet wederom geboren wordt, kan het Koninkrijk Gods niet zien.” (Johannes 3:3-4). Nicodemus begrijpt dit letterlijk als fysiek geboren worden. Terwijl de Heer Jezus hem zegt dat hij dit als leraar van Israel had kunnen weten uit het Oude Testament.
  • Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven.” (Johannes 6:53-56). Veel navolgers haken af omdat ze het letterlijk nemen.
  • Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij een graankorrel in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen; maar als hij sterft, draagt hij veel vrucht.” (Johannes 12:24). De discipelen hebben aankondigingen over het lijden van de Heer en de vruchten die het zal hebben vaak niet begrepen. Ook de Joden begrepen het niet, blijkt later in datzelfde hoofdstuk (vers 47-50).

Dit brengt ons bij het feit dat de Heer vaak in metaforen en ‘verborgen taal’ heeft gesproken. Dat was omdat het nodig is dat iedereen vraagt naar de betekenis en de bedoeling van Zijn woorden. Want alleen zo komt een mens achter de waarheid.
Voor de Joden die dat niet wilden doen, had de Heer een harde boodschap: dan zou datzelfde woord wat ze verworpen hadden hen oordelen op de laatste dag. “Wie Mij verwerpt en Mijn woorden niet aanneemt, heeft iets wat hem veroordeelt, namelijk het woord dat Ik gesproken heb; dat zal hem veroordelen op de laatste dag.” (Johannes 12:48).

De noodzaak om na te denken en vragen te stellen

Het woord van de Heer Jezus en het Woord van God – de Bijbel – zijn woorden die vaak niet direct te begrijpen zijn wat betreft betekenis en bedoeling. Het is Gods bedoeling dat daardoor de mens wordt aangezet om eerlijk na te denken en op een open manier vragen te stellen, zodat God hem de betekenis en de bedoeling duidelijk kan maken. 

Onderstaande teksten benadrukken dat nog eens:

  • Het is de eer van God een zaak te verbergen, maar de eer van koningen een zaak te doorgronden.” (Spreuken 25:2). → Hier zie je dat God soms dingen verhult om de mens uit te nodigen te onderzoeken en na te denken.
  • “Ontsluit mijn ogen, opdat ik de wonderen van Uw wet zie.” (Psalm 119:18 EBV).
    → Gods Woord is niet vanzelfsprekend duidelijk; de psalmist vraagt om Gods hulp om de betekenis te verstaan.
  • “Toen Hij alleen was, vroegen die om Hem waren, met de twaalven, Hem naar de gelijkenissen.” (Markus 4:10-12). De Heer Jezus gaf dus niet alles meteen bloot, maar riep zijn volgelingen op om te vragen en te zoeken naar de bedoeling.
  • “En Hij legde hun uit wat in al de Schriften over Hem geschreven stond … En zij zeiden: “Brandde ons hart niet, toen Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften opende?” (Lukas 24:27,32). → Pas door uitleg van de Heer Jezus zelf werd de betekenis duidelijk.
  • “Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord … dat heeft God bereid … maar ons heeft God het geopenbaard door de Geest.” (1 Korinthe 2:9-10). → Het vraagt openheid en de werking van de Geest om Gods bedoeling te verstaan.
  • “Denk na over wat ik zeg, maar laat de Heer u inzicht geven in alle dingen.” (2 Timotheüs 2:7).
    Paulus verwacht dat nadenken + Gods leiding samen de betekenis ontsluiten.
  • “Ik hoorde het, maar begreep het niet. Toen zei ik: ‘Mijn heer, wat zal het einde van deze dingen zijn?’ Hij zei: Ga heen, Daniël, want deze woorden blijven verborgen en verzegeld tot de eindtijd.” (Daniel 12:8-9). → Niet alles is direct duidelijk, ook voor profeten niet; vragen en wachten op Gods openbaring hoort erbij.
    Ook Petrus beschrijft dit in zijn eerste brief (1 Petrus 1:11-13).

De Bijbel laat onder meer in deze teksten zien dat God Zijn Woord soms verhult om ons aan te zetten tot nadenken en vragen. Pas door zoeken, overwegen en de leiding van Gods Geest wordt de betekenis duidelijk.

Vragen stellen hoort bij geloven

Heel algemeen gesproken is vragen stellen iets dat bij de mens hoort en typisch een menselijke bekwaamheid is. Wanneer je op internet zoekt naar de betekenis van ‘vragen stellen’ krijg ik bijvoorbeeld het volgende te zien:

“Het stellen van vragen is een bijzondere menselijke bekwaamheid. Het laat zien dat wij ons bewust zijn van wat we nog niet weten en dat we willen begrijpen. Door vragen te stellen leren we, groeien we in kennis en ontdekken we nieuwe mogelijkheden. Ze helpen ons ook om onszelf beter te begrijpen en anderen echt te ontmoeten, omdat vragen verbinding scheppen. Vragen geven ons de vrijheid om verder te denken dan wat vanzelfsprekend lijkt en openen de weg naar creativiteit, wijsheid en zingeving. Daarom zijn vragen zo belangrijk voor ons mens-zijn.”

Dit zijn maar ‘gewone’ menselijke inzichten3, maar de Bijbel bevestigt en weerspiegelt de diepe waarde van het stellen van vragen. Het is in de Bijbel niet alleen toegestaan, maar vaak essentieel voor de groei van het geloof en de relatie met de Here.

Ook de Bijbel laat zien dat vragen stellen bij het mens-zijn hoort. Zowel God als mensen stellen in de Bijbel vragen en die vragen hebben altijd een doel: ze openen de weg naar relatie, naar inzicht en naar vertrouwen.

God stelt vragen aan de mens.
Vanaf het begin van de Bijbel spreekt God met mensen door middel van vragen. In het paradijs zegt God tegen Adam: “Adam, waar ben je?” (Genesis 3:9). God wist natuurlijk waar Adam was, maar met deze vraag wilde Hij Adam laten nadenken over wat er gebeurd was.
Ook aan Job stelt God vragen, om hem te laten zien hoe groot Zijn macht is: “Waar was jij toen Ik de aarde grondvestte?” (Job 38:4).
Deze vragen zijn niet bedoeld om informatie te krijgen, maar om mensen tot bewustzijn en vertrouwen te brengen.

Mensen stellen vragen aan God.
In Psalm 119 vraagt de psalmdichter negen keer om inzicht in de woorden van God. “Geef mij inzicht in de weg van Uw bevelen” (vers 27)  is de eerste keer en het eindigt met “Geef mij inzicht overeenkomstig Uw woord” (vers 169). Daar tussenin staat het nog zeven keer.
In deze Psalm wordt het kennen van Gods Woord nauw verbonden met het leven met de Here en de vreugde die het geeft. Maar ook de moeilijkheden van het leven roepen vragen op waarmee we naar de Here mogen gaan. De psalmdichters en profeten in het Oude Testament getuigen ervan. David roept bijvoorbeeld uit: “Hoe lang nog, HEER? Vergeet U mij voor altijd?” (Psalm 13:2). En ook: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?” (Psalm 22:2). Deze vragen laten zien dat we ook met al onze gevoelens bij de Here terecht mogen.

 De Heer Jezus stelt vragen aan mensen.
Ook de Heer Jezus gebruikt vaak vragen om mensen dichter bij de waarheid te brengen. Hij vroeg aan Zijn leerlingen: “Wie zeggen de mensen dat Ik ben?” (Marcus 8:27).
En aan een blinde bedelaar vroeg Hij: “Wat wil je dat Ik voor je doe?” (Lucas 18:41).

De Heer wist natuurlijk al wat er in hun harten leefde, maar door de vraag werden mensen uitgenodigd om zelf een keuze te maken en hun geloof uit te spreken.

Vragen stellen hoort er bij.
In al deze voorbeelden zien we dat vragen stellen bij het geloof hoort. Het laat zien dat we zoeken naar God, dat we verlangen naar waarheid en dat we met alles tot Hem mogen komen. We willen graag weten hoe Hij over de dingen denkt en wat er in Zijn hart is. Vragen zijn geen teken van ongeloof, maar juist van relatie: we rekenen erop dat God ons hoort. Het betekent dat we Hem vertrouwen.

De Bijbel laat zien dat:

  • God zelf vragen stelt om ons tot nadenken te brengen.
  • Mensen vragen stellen om hun pijn, twijfel en hoop bij Hem neer te leggen.
  • De Heer Jezus vragen stelt om ons hart te openen en ons geloof te laten groeien.

Het stellen van vragen is in de Bijbel niet een zwakte, maar een wezenlijk onderdeel van het mens-zijn voor Gods aangezicht. Om het eens heel ‘deftig’ te zeggen: vragen zijn de ruimte waarin geloof kan rijpen, waarin waarheid zich openbaart, en waarin de relatie met de Here verdiept wordt.

Het geloof dat niet vraagt, wordt oppervlakkig.
Het geloof dat durft te vragen, wordt levend.

Het gesprek met Nicodemus

Toen ik deze dingen opschreef moest ik denken aan het gesprek dat de Heer Jezus had met Nicodemus. Lees het maar eens na in Johannes 3.

In de hele Bijbel zien we dat vragen een plaats hebben in de omgang tussen God en mens. De Here God stelt vragen om mensen tot nadenken en bekering te brengen, mensen stellen vragen om hun pijn of verlangen bij God neer te leggen, en de Heer Jezus stelt vragen om harten te openen en geloof te wekken.

Het gesprek van Nicodemus met de Heer Jezus past precies in dit patroon. Nicodemus komt ’s nachts naar de Heer in een zoekende houding. Zijn eerste woorden zijn meer een vaststelling dan een vraag: “Rabbi, wij weten dat U van God gekomen bent als leraar.”

Maar eigenlijk is dit de inleiding tot zijn echte vragen: wie bent U, en wat betekent Uw komst?
De Heer Jezus antwoordt niet met een directe uitleg, maar met een uitspraak die zelf weer een vraag oproept: “Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.” (Johannes 3:3). Daarmee doet de Heer Jezus wat God altijd doet: Hij stelt de mens een vraag die uitnodigt tot verder denken. Nicodemus reageert met zijn eigen vragen: “Hoe kan iemand geboren worden als hij oud is?” (Johannes 3:4), en later: “Hoe kan dat?” (Johannes 3:9).

In dit heen-en-weer van vragen zien we hoe geloof vaak groeit: niet door meteen alles te begrijpen, maar door te zoeken, te vragen en in gesprek te blijven. Nicodemus begrijpt het nog niet, maar zijn vragen openen de weg voor de uitleg van de Heer Jezus over de geboorte uit de Geest en over Gods liefde in Johannes 3:16: “Want God had de wereld zo lief dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.”

Met Nicodemus is het goed gekomen. Hij heeft zijn tocht voortgezet en heeft de kant van de Heer Jezus gekozen (Johannes 7:50). Samen met Jozef van Arimathea heeft hij de Heer Jezus begraven in een graf vlak bij de plaats waar Hij gekruisigd was (Johannes 19:39). Bij beide gebeurtenissen wordt Nicodemus aangeduid als degene die ’s nachts de Heer Jezus heeft opgezocht. Het mag wel een bewijs zijn dat dit een beslissende stap geweest is. Hij wilde weten wie die Jezus toch was. Hij had dat aan zijn collega’s en anderen kunnen vragen, maar Hij besloot om het aan de Heer Zelf te vragen en met Hem in gesprek te gaan. Dat was een cruciale en beslissende keuze. Het was de beste stap die hij kon zetten!

De Heer gaat weg, waar moesten de discipelen nu naar toe?

Het was precies wat de discipelen ook steeds deden: de Heer Jezus Zelf te vragen als ze dingen niet begrepen.
Maar de Heer zou hen verlaten: “Ik verlaat de wereld weer en ga heen naar de Vader” (Johannes 16:28). Dan konden ze niet meer met Hem wandelen en konden ze Hem geen dingen meer vragen. Hoe moesten ze dan verder?

De Heer bevestigt dat ze Hem dan niets meer kunnen vragen en zegt:

En op die dag zult u Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u de Vader zult bidden in Mijn Naam, zal Hij u geven. Tot nu toe hebt u niets gebeden in Mijn Naam; bid, en u zult ontvangen, opdat uw blijdschap volkomen zal worden.” (Johannes 16:23,24).

Dat is ongelooflijk: ze mogen zèlf tot de Vader bidden als de Heer Jezus niet meer bij hen is.
De belofte is een dubbele:
– De Vader zal het gevraagde aan jullie geven (vers 23)
– Wat jullie bidden zullen jullie van de Vader ontvangen (vers 24)

Ze mochten naar de Vader gaan en al hun vragen aan Hem voorleggen. Schroom hoefden ze niet te hebben want ‘de Vader Zelf heeft u lief’.

Dat moest een grote bemoediging voor hen zijn: de Vader van de Heer Jezus, was ook hun Vader en had hen lief. Het woord ‘liefhebben’ dat hier gebruikt wordt4 duidt op een omgang zoals vrienden hebben. Zo hebben de discipelen de Heer lief gehad en zo zal de Vader ook hen behandelen: als vrienden.

In een vriendschappelijke omgang is vertrouwen en ruimte om alles te vragen. Deze verborgen omgang met de Vader is ook de omgang die de gelovigen uit het Oude Testament hadden met de Here. Net zoals er over Mozes staat: “De HEERE sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt.” (Exodus 33:11). En David noemt het in de psalmen ‘het heiligdom’ (zie daarvoor ook hier).

Waar de gelovigen van het Oude Testament een verborgen omgang met de Here hadden, mogen ook wij die omgang hebben met onze hemelse Vader, de Vader van onze Heer Jezus Christus.

Wat mogen we vragen?

In een vertrouwelijk omgang met onze Vader mogen we Hem natuurlijk alles vragen. Maar ik wil eigenlijk toch nog weer even stilstaan bij het vragen van de discipelen. Ze hadden vragen over de betekenis en de bedoeling van wat de Heer Jezus net had gezegd. Wat betekent het en wat bedoelt Hij er mee? Het gaat hier heel expliciet om de woorden van de Heer Jezus. Het ging niet om bepaalde dingen die er gebeurden of problemen waar ze mee zaten. Nee, hun vragen gingen in dit hoofdstuk om de betekenis en bedoeling van het woord van de Heer.

Daarom moeten we het maar heel direct maken voor onszelf. Roept het lezen van de Bijbel – het Woord van God – geen vragen bij ons op? Wanneer we het lezen en erover nadenken vallen ons dingen op, dingen waarvan we niet weten wat het betekent en wat het doel ervan is. Waarom staat deze tekst hier? Het lijkt niet te passen in de context, hoe kan dit nu? Dat soort van dingen. Of je leest iets dat strijdig lijkt te zijn met andere teksten. Hoe moet je ze dan begrijpen?
Vragen, vragen, vragen en het zou zo maar kunnen zijn dat je er in vastloopt en de moed je in de schoenen zinkt.

Maar wat fantastisch dat we dan de belofte van de Heer Jezus  hebben in de woorden die Hij tot de discipelen sprak:

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u de Vader zult bidden in Mijn Naam, zal Hij u geven. Tot nu toe hebt u niets gebeden in Mijn Naam; bid, en u zult ontvangen, opdat uw blijdschap volkomen zal worden. (…) Op die dag zult u in Mijn Naam bidden, en Ik zeg u niet dat Ik de Vader voor u vragen zal, want de Vader Zelf heeft u lief, omdat u Mij hebt liefgehad en hebt geloofd dat Ik van God ben uitgegaan.” (Johannes 16:23-27)

Dat is een ongelooflijk groot voorrecht dat we God onze Vader alle dingen uit Zijn Woord mogen vragen. De Heer Jezus heeft het tegen al Zijn discipelen gezegd en het niet voorbehouden aan een paar die wat belangrijker zouden zijn.

Gods Woord, al zijn plannen en gedachten

Realiseren we ons dat het een groot voorrecht is dat we het hele Woord van God, de Bijbel, hebben en daarin kunnen lezen? Zodat ieder daarin kan lezen wat Gods gedachten zijn; we kunnen ze lezen en overdenken. Alles wat de Allerhoogste God – die in Christus ook onze Vader geworden is – nodig vond om te openbaren staat in dat Woord.
En wanneer we iets niet begrijpen kunnen we het heel eenvoudig aan de Vader vragen. De belofte die de Heer Jezus heeft gegeven is dat de Vader ons het antwoord, de betekenis en de bedoeling duidelijk zal maken.

Ik weet niet hoe ik het woorden moet geven hoe groot dit is. Het geweldige voorrecht dat de grote God, de Schepper van alle dingen en de Vader van onze Heer Jezus Christus, er naar verlangt om u en mij te openbaren wat er in Zijn hart is.

Omdat ik geen woorden heb citeer ik maar een oud lied.

Heer, het Woord door U gegeven, vol van schatten nieuw en oud,
spreekt van eeuwig, zalig leven, is meer waard dan ’t fijnste goud.
Al uw plannen en gedachten, kostbaar en verheven t’achten,
heel Uw hart waar liefde woont, hebt U mij in ’t Woord getoond.

Een ding  is slechts nodig, Here, nee, U vraagt van mij niet veel:
boven alles te begeren ’t eeuwigblijvend goede deel.
Ja, het Woord, door U gegeven, is de waarheid, geest en leven:
is een lamp mij voor de voet, licht voor ’t pad dat ‘k wand’len moet.

Vader, dank voor deze gave: levensvoedsel, hemelbrood,
koele drank om mij te laven, zielsverkwikking in de nood.
Dank voor deze kracht der moeden, wijsheid Gods om op te voeden.
Dank voor deze pelgrimsstaf, voor de steun die ’t Woord mij gaf.

Trotse bergen zullen wijken, al wat zichtbaar is, vergaan;
maar – wat wankel moge blijken – eeuwig blijft Uw Woord bestaan.
Uw gedachten wondere schatten, zijn door mensen niet te vatten,
maar Uw Geest leert z’ ons verstaan. Heer, ’t geloof bidt zwijgend aan.

Gerelateerde artikelen
Het geloof van de ouden – over de verborgen omgang met God – Hebreeën 11. https://goddienen.nu/het-geloof-van-de-ouden/
Over een paar andere aspecten van de omgang met het Woord – Bijbellezen. https://goddienen.nu/de-bijbel-lezen-in-de-eindtijd/


Voetnoten

  1. Met een moeilijk woord heet dit wel hermeneutiek. Dat is eenvoudig gezegd: de kunst en wetenschap van het begrijpen en uitleggen van teksten. Toegepast op de Bijbel: het is het nadenken over hoe we de Bijbel moeten lezen, begrijpen en uitleggen, rekening houdend met taal, context, bedoeling en toepassing. ↩︎
  2. Beeldspraak wordt ook wel ‘metafoor’ genoemd, dat is “beeldspraak die berust op vergelijking” (Metafoor, 2022). Anders gezegd beschrijft een metafoor één ding of situatie in termen van een ander ding of andere situatie. Een metafoor bestaat uit twee domeinen: het doeldomein en het brondomein. Het doeldomein is het onderwerp waarover je iets wilt zeggen. Het brondomein is het domein waaruit je put om het doeldomein te beschrijven. Kenmerkend voor een metafoor is dat de twee domeinen van elkaar verschillen, maar tegelijkertijd ook overeenkomsten vertonen.  ↩︎
  3. We leven trouwens in een tijd waarin het stellen van vragen in de maatschappij steeds minder getolereerd wordt. Met alle kwalijke gevolgen van dien. ↩︎
  4. Het Griekse woord is hier ‘phileō’ en is dus duidelijk anders dan het woord ‘agape’ dat betrekking heeft op de onvoorwaardelijke goddelijke liefde. ↩︎