Over complotten in de Bijbel

Ik heb de indruk dat de algemene opinie is dat je niet in complotten mag denken. Zeker niet als christen en je mag er al helemaal niet over preken. Weldenkende mensen willen zich niet associeren met dit soort mensen, die ze vaak wappies noemen.
Recent trof mij een tekst in de Bijbel over een complot en toen ben ik maar eens op zoek gegaan of het Woord van God iets te zeggen heeft over complotten. Het was een leerzame ontdekkingsreis.

De aanleiding

De onderstaande tekst was voor mij aanleiding om in de Bijbel op zoek te gaan naar complotten

En toen het dag geworden was, smeedden enkele Joden een complot: zij vervloekten zichzelf en zeiden dat zij niet zouden eten en drinken voordat zij Paulus gedood zouden hebben. Het waren er meer dan veertig die deze samenzwering beraamden.” (Handelingen 23:12-13)

Het gaat over een complot dat gesmeed wordt om Paulus om te brengen. Het wordt in hetzelfde vers ook ‘samenzwering’ genoemd. Het woord’ complot’ komt maar één keer voor in het Nieuwe Testament, maar ‘samenzwering’ komt in de Bijbel meerdere keren voor.

Wanneer je deze geschiedenissen langs loopt en kijkt wat de context is van ‘samenzwering’ dan valt een aantal gemeenschappelijke kenmerken op. De meest eenvoudig te herkennen kenmerken van samenzweringen in het Oude Testament zijn:

  • Het is een ‘geheime’ operatie die als het ware ‘onder water’ wordt voorbereid en dan plotseling in de samenleving boven water komt.
  • De voorbereiding is gericht op het verwerven van een zo effectief mogelijke groep mede’strijders’, nodig om het doel te bereiken.
  • Het doel is om de heersende macht te verwijderen. In de tijd van het Oude Testament gaat het altijd om de koning die vermoord moet worden, zodat de moordenaar zijn plaats in kan nemen.

Absalom

De eerste keer dat van een samenzwering sprake is in het Oude Testament betreft het de opstand van Absalom tegen zijn vader, koning David (2 Samuel 15:1-13). David was Gods gekozen koning, niet Absalom en voor Absalom liep het uiteindelijk niet goed af.

De voorbereiding duurt meerdere jaren waarin hij blijk gaf van hetzelfde geduldige gekonkel en dezelfde meedogenloze vastberadenheid als toen hij de verkrachting van zijn zuster wilde wreken. De eerste vier jaar gebruikte hij om het gezag van David en het vertrouwen in hem te ondermijnen. Hij belooft het volk beter en rechtvaardiger bestuur dan dat van David en probeert mensen met vleierijen achter zich te krijgen (vers 5,6). Zorgen dat je overal aanhangers hebt, die het voor jou opnemen en steunen als het zover is. Daarna (vanaf vers 7) gebruikt hij zijn tijd om de militaire kant van de operatie voor te bereiden. We zien dan trouwens ook dat er tweehonderd man uit Jeruzalem met hem mee gaan zonder dat ze van de achtergronden en het werkelijke doel op de hoogte zijn (vers 11).

Opmerkelijk is het religieuze aspect (om het zo maar even te noemen) in het verhaal. In de verzen 7 en 8 laat Absalom weten dat hij de Here wil dienen, eerst in Hebron en daarna in Jeruzalem. Het is een aanwijzing hoe het met Absalom gesteld was; hij meende oprecht de Here te dienen met zijn kwade plannen. Dat zijn kennelijk dingen die hij eenvoudig kon combineren. We komen er verderop nog wel over te spreken hoe dat kan.

Tenslotte dit: de geschiedenis van Absalom doet ons denken aan de Antichrist en wat de Bijbel over hem zegt. Daarover straks meer.

De Joden en Judas

Ongeveer een jaar geleden hebben we het gehad over het verraad van Judas. De Joodse leiders die het op de Heer Jezus begrepen hadden, waren religieuze mensen die meenden de Here God te dienen, maar ondertussen misleid waren en zich lieten inspireren door de satan. De Heer Jezus benoemt het heel direct en zegt dat “de duivel hun vader is” (Johannes 8:44). Dat wekt zozeer hun woede op dat ze het omdraaien en de Heer Jezus lasteren door te zeggen dat Hij een demon heeft (Johannes 8 :48); het iets wat ze trouwens vaker beweerd hebben.

Dat de Joden zich lieten inspireren door demonen, betekent dat ze afgodische praktijken beoefenden. Judas was van dezelfde ‘club’ in die zin dat hij er contacten had en overlegde. Spiritueel zat hij op dezelfde golflengte als de Joden, wat wel blijkt uit het feit dat de satan zelf hem het plan geeft om de Heer te verraden en even later vaart zelfs de satan zelf in hem (Johannes 13:2,27,28). Judas was ook een van hen die meende God te dienen en zich ondertussen zonder het te weten openstelde voor de demonen in de onzichtbare wereld.

De Heer Jezus noemt Judas ‘een duivel’ (Johannes 6:71) en ‘de zoon van het verderf’ (Johannes 17:12). Die laatste benaming wordt in het Nieuwe Testament alleen voor de antichrist gebruikt (2 Thessalonicenzen 2:3) en daarmee is Judas – net als Absalom – een prototype van de antichrist.

De Joden en Paulus

De Joodse leiders hebben samengespannen tegen de Heer Jezus; ze geloofden Hem niet en Hij was voor hen een bedreiging. Het volk zou maar eens achter Hem aangaan, dan waren ze hun positie en hun macht kwijt. Daarom moest de Heer Jezus omgebracht worden.
Ditzelfde hebben ze daarna doorgezet naar de apostelen en de gelovigen, nadat de Heer naar de hemel is gegaan. Niet alleen in Jeruzalem, maar ook in veel andere plaatsen werden de apostelen bedreigd en in de weg gezeten.

Tenslotte lezen we met betrekking tot Paulus nog een keer uitgebreid over een samenzwering.

En toen het dag geworden was, smeedden enkele Joden een complot: zij vervloekten zichzelf en zeiden dat zij niet zouden eten en drinken voordat zij Paulus gedood zouden hebben. Het waren er meer dan veertig die deze samenzwering beraamden.” (Handelingen 23:12-13)

Die ‘enkele Joden’ blijken er in het volgende vers toch maar liefst meer dan veertig te zijn. Een aardig groot gezelschap dat zich zelfs met een vloek onder goddelijk oordeel plaatst, mochten ze falen in hun voornemen. Je zou het een soort van geheim genootschap kunnen noemen.
Wat in het verhaal verder opvalt is dat de samenzweerders proberen de officiële instanties in hun plan te trekken om zo hun doel te bereiken.
Uiteindelijk ging hun samenzwering tegen Paulus – in ieder geval voor dat moment – de mist in.

Al het gekonkel en de acties van de Joden tegen de discipelen en apostelen van de Heer deden ze met godsdienstige intenties, waarbij ze werkelijk meenden dat ze God dienden. De Heer Jezus heeft het voorzegd: “De tijd komt, dat ieder die u doodt, denkt God een dienst te bewijzen.” (Johannes 16:2).

De religieuze component van de complotten

In de samenzweringen die we in de Bijbel wat uitgebreider tegenkomen vinden we altijd een spirituele component. Dat geldt zowel in de samenzwering van Absalom tegen David, als ook in de samenzweringen van de Joden tegen Christus en de apostelen.

Dat dit een belangrijk aspect dat we in rekening moeten brengen, wordt bevestigd doordat de afgoderij van het volk Israel door de Here Zelf ‘een samenzwering’ wordt genoemd.

Er is een samenzwering van zijn profeten in zijn midden. (…) Zijn priesters hebben Mijn wet geweld aangedaan, (…) Zijn vorsten zijn in zijn midden als wolven (…) Zijn profeten bepleisteren hen met witkalk. Zij zien valse visioenen en voorspellen hun leugens door te zeggen: Zo zegt de Heere HEERE. En de HEERE heeft niet gesproken!” (Ezechiël 22:25-28)

De afgoderij van de leiders van het volk (profeten, priesters, vorsten) hebben grote misstanden tot gevolg. Iemand schrijft daarvan: “Door een Jeckyll & Hyde (of hier) transformatie veranderden de burgerlijke autoriteiten, die herders hadden moeten zijn met het welzijn van hun kudde op het hart, in wilde beesten die de schapen belaagden (zie ook Ezechiël 34:8).[2]

Deze ‘verschrikkelijke transformatie’ van de leiders is het gevolg van hun afgoderij. Ze hebben zich verbonden met de demonen in de onzichtbare wereld en daardoor waren ze tot dit soort vreselijke dingen in staat.
Dat is een wezenlijk aspect waarover we naar aanleiding van Deuteronomium 29:18 en 19 al een keer het volgende hebben geschreven (zie hier).

  • (…) wanneer een mens in die toestand van hoger bewustzijn komt, hij harmonie, vrede, rust en liefde ervaart en dat het onderscheid tussen goed en kwaad afneemt of zelfs geheel verdwijnt (zie bv hier).
    Wanneer degene die meent de Here te dienen, maar ondertussen onder demonische invloed is en in deze afgodendienst volhardt, geconfronteerd wordt met Gods oordeel (“het horen van de woorden van deze vervloeking”), wordt dat zonder meer van de hand gewezen en ontkend. Er staan een paar onthullende uitdrukkingen in dit 19e vers en ze beschrijven de toestand van iemand die in een staat van hoger bewustzijn is. Ze beschrijven precies wat er in het innerlijk omgaat.
    • Hij zegent zichzelf in zijn hart. Het woord voor ‘zegenen’ komt van ‘knielen’. Je kunt zeggen dat hij voor zichzelf knielt en zichzelf als god ziet. Dat is inderdaad wat er gebeurt in de toestand van hoger bewustzijn.
    • Ik zal vrede hebben”. ‘Vrede’ is niet alleen de afwezigheid van oorlog maar ook iets als ‘heelheid’, volledigheid’. De afgodendienaar maakt zichzelf wijs dat God hem geen kwaad doet omdat er op hem niets onvolkomens is aan te merken. Hij ziet zichzelf als goed in het oog van God, zelf als hij doorgaat ‘zijn verharde hart te volgen’.
    • “Ik volg mijn verharde hart”. Belangwekkend is de betekenis van ‘verhard’. De KJV zegt hier “ik wandel naar de verbeeldingen van mijn hart” en de Naardense Bijbel zegt: “met de zekerheden van mijn hart zal ik verder gaan”. De combinatie van beide is precies wat er gebeurt in het hogere bewustzijn: je waarneming van de werkelijkheid verandert, je krijgt verbeeldingen (beelden) die diep in je ziel gaan zitten en die je houdt voor de echte werkelijkheid. Dit zijn de echte zekerheden die zich diep van binnen vastzetten en die niemand je meer af kan nemen. Waardoor je ook niet meer openstaat voor wat God je werkelijk te zeggen heeft.
    • “De overvloed zal de dorst wegnemen”. De KJV zegt: ‘om dronkenschap toe te voegen aan de dorst’ en ook de Naardense Bijbel heeft ‘dronkenschap’ in plaats van ‘overvloed’. Dronkenschap is een toestand waarin je ‘onder invloed bent’ en niet van jezelf, maar van iets of iemand anders. Je hebt niet meer de controle over jezelf en wordt zoals Paulus[6] zegt ‘meegevoerd door de stomme afgoden’ (1 Korinthe 12:2). Er is kennelijk een dorst, een verlangen naar iets (of God?) dat bevredigd wordt door ‘dronkenschap’, die toestand van hoger bewustzijn, waarin je ‘de echte gelukzaligheid ervaart’.”
  • Mensen die ‘van de weg van het verstand afdwalen en de weg van de ‘godservaringen’ opgaan, komen daarmee – zonder dat zij er erg in hebben – onder invloed van demonen, waardoor hun opvattingen veranderen.  Die nieuwe opvattingen worden zo diepgeworteld in de ziel, dat ze er bijna niet uit te krijgen zijn. Immers voor deze mens zijn het opvattingen die van God komen, ze zijn hem als het ware ‘heilig’ omdat ze verbonden zijn aan diepe innerlijke ervaringen, waarvan hij meent dat die het werk van God in zijn ziel zijn. Hij is zich dan ook van geen kwaad bewust, meent dat hij een God welgevallig leven leidt en gaat ‘rustig’ voort op de ingeslagen weg.

Het werk van de demonen in de ziel van een mens maakt hem uiteindelijk tot iemand die het kwade doet, terwijl hij zelf volledig overtuigd is het goede te doen voor ‘God’ en mensen. Hij is zich van geen kwaad bewust en blijft de plannen van zijn hart met kracht navolgen en uitvoeren.

Een samenzwering in het land

De afgoderij was bij het volk Israel een voortdurend probleem. Van de afgoderij in het land zegt de Here dat het een ‘samenzwering’ is (Ezechiël 22:25). Bij mijn weten is dit de enige keer dat Gods Woord het zo noemt, maar het is ook wel veelzeggend. Wanneer we weten wat afgoderij is en hoe satan daarin mensen verleidt, komen we ook iets te weten over de samenzwering.

  • Om te beginnen heeft het te maken met satans plan om de plaats van Christus in te nemen en daartoe Hem uit onze mensenwereld wil verwijderen. Je zou ook kunnen zeggen dat satan de plaats van God wil innemen en alles wat aan God herinnert en Hem dient, uit de weg wil ruimen. Dat was zijn doel in het begin en zal het blijven tot het eind.
  • Satan begint met listige verleiding en komt met een mooi verhaal waarin hij van alles belooft. Hij houdt de mens twee dingen voor (Genesis 3:1-5)
    • God heeft niet het beste met je voor; ‘er is meer’ en Hij onthoudt je dat. Hij laat je eigenlijk tekortkomen. Satan suggereert daarmee dat God niet het goede met je voor heeft.
    • Ik beloof je de vrijheid. De vrijheid die God je onthoudt om zelf je lot te bepalen en te bepalen wat goed of fout is.
  • Satan ontneemt Gods Woord zijn kracht, zodat de ruimte ontstaat om op de verleiding in te gaan. Het Woord van God wordt daardoor steeds minder belangrijk voor de mens, tot er uiteindelijk niets van overblijft.
  • Satan werkt stap voor stap, hij infiltreert met een of enkelen en die contacten leiden ertoe dat zijn (geheime) netwerk wordt uitgebreid. Totdat hij zover is dat de hele gemeenschap kan worden ‘overgenomen’. Zo werkte hij bij het volk Israel en zo werkt hij ook in de gemeente van God (zie bijvoorbeeld Openbaring 2:9). Bijna alle brieven in het Nieuwe Testament waarschuwen tegen ‘de listige verleidingen van de duivel’ (Efeze 6:11) zodat de gelovigen het kunnen onderscheiden en zich er tegen kunnen wapenen.

Het doel van satans plan – door de Here een ‘samenzwering’ genoemd – is om uiteindelijk de volledige zeggenschap over het hele volk van God te krijgen.

Een spannende vraag

We hebben gezien dat complotten (samenzweringen) wel degelijk voorkomen in de bijbel en dat de belangrijkste bijbelse kenmerken ervan zijn:

  • Satan is de aanstichter en werkt daarbij door zijn demonen in mensen die zich daarvoor openstellen.
  • Het doel van samenzweringen is altijd het innemen van hoogste plaats die alleen Christus toekomt en het brengen van mensen onder de eigen macht.
  • Complotten zijn er niet van vandaag op morgen. Ze hebben een tijd van (meestal geheime) voorbereiding nodig, alvorens ze boven water komen en publiek zichtbaar worden.
    Bovendien is de eerste fase meestal die van de heimelijke misleiding en bij de realisatie van het plan – de tweede fase – wordt veelal (militair) geweld toegepast.

Wanneer we nu de vraag stellen of er een complot gaande is vandaag de dag en het misschien een satanische achtergrond heeft, wordt dit veelal, ook door christenen, van tafel geveegd. Maar wat we in de Schrift zijn tegengekomen maakt de vraag en de suggestie helemaal niet zo gek en je zou er serieus op in moeten kunnen gaan.

De volgende keer gaan we het daar DV dan ook over hebben, maar vooruitlopend daarop al vast dit.
Ik denk dat we bijbels gezien in het grootste complot ooit zitten; een complot met de satan als aanstichter, ook dat. Het complot vertoont hetzelfde patroon als de andere complotten in de Bijbel. Van wat zich ‘onder water’ afspeelt weten we maar weinig; de bijbel noemt het dan ook niet voor niks ’het geheimenis van de wetteloosheid’ (2 Thessalonicenzen 2:7). Als we de principes daarvan kennen, kunnen we het herkennen. .

En wij vragen u dringend, broeders, met betrekking tot de komst van onze Heere Jezus Christus en onze vereniging met Hem, 2 dat u niet snel aan het wankelen wordt gebracht of verschrikt, niet door een uiting van de geest, niet door een woord, en ook niet door een brief die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag van Christus al aangebroken zou zijn.
3 Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is, 4 de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet.
5 Herinnert u zich niet dat ik u deze dingen zei, toen ik nog bij u was? 6 En u weet wat hem nu weerhoudt, opdat hij op zijn eigen tijd geopenbaard wordt. 7 Want het geheimenis van de wetteloosheid is al werkzaam. Alleen is er iemand die hem nu weerhoudt, totdat hij uit het midden verdwenen is. 8 En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn komst;
9 hem, wiens komst overeenkomstig de werking van de satan is, met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen, 10 en met allerlei misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de liefde voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden.
11 En daarom zal God hun een krachtige dwaling zenden, zodat zij de leugen geloven, 12 opdat zij allen veroordeeld worden die de waarheid niet geloofd hebben, maar een behagen hebben gehad in de ongerechtigheid.
13 Maar wij moeten God altijd voor u danken, broeders, die geliefd bent door de Heere, dat God u van het begin verkoren heeft tot zaligheid, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid. 14 Daartoe heeft Hij u geroepen door ons Evangelie om de heerlijkheid van onze Heere Jezus Christus te verkrijgen. 15 Sta dan vast, broeders, en houd u aan de overleveringen waarin u onderwezen bent door ons woord of door onze brief.
16 En onze Heere Jezus Christus Zelf en onze God en Vader, Die ons heeft liefgehad en ons een eeuwige troost en goede hoop gegeven heeft uit genade, 17 moge uw harten vertroosten en u in elk goed woord en werk versterken
.” (2 Thessalonicenzen 2)

Tenslotte

Naast datgene wat Paulus hierboven aan de Thessalonicenzen schrijft, is er nog een bijzonder Schriftwoord voor kinderen van God die leven in een tijd van complotten. En dat is de oproep om niet in termen van complotten te denken of te spreken, omdat we weten dat onze God boven alles staat en alle dingen in Zijn machtige hand heeft. Hij overziet alles en Zijn voorzienigheid stuurt de dingen naar Zijn doel: de verheerlijking van onze Heer en Heiland Jezus Christus!

“U mag geen samenzwering noemen alles wat dit volk een samenzwering noemt; en waar zij voor bevreesd zijn, daarvoor mag u niet bevreesd zijn en niet schrikken.
De HEERE van de legermachten, Hem moet u heilig achten (…)”

Jesaja 8:12-13

Wij maken ons niet druk om de samenzweringen in de wereld, we maken ons er niet boos om en we vechten er niet tegen omdat we weten dat onze Heer, ‘de Heer van de legermachten’ boven alles staat. Wij hebben niets anders te doen dan van Christus te getuigen en de mensen tot Hem te brengen nu dat nog kan.


[2] Allen, Ezekiel 20-48, p. 39.


Nagekomen bericht

Via-via kreeg ik nog de vraag van iemand die het niet eens was met de laatste opmerking, dat het niet onze roeping is ons bezig te houden met het ‘wereldse complot’ (om het zo maar even te noemen). Daarbij verwijzend naar Efeze 5:11 – “En neemt niet deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmasker ze veeleer.
Mijn antwoord daarop zijn de volgende drie punten:

  • De brief aan Efeze is gericht aan de gemeente van Efeze en gaat over het ‘functioneren van de christelijke gemeente naar Gods bedoelingen’. De geciteerde tekst is dan ook bedoeld om toe te passen binnen de gemeente. Elke gemeente heeft de opdracht om samen te wandelen als ‘kinderen van het licht‘ (vs8) en wanneer er mensen binnenkomen met boze praktijken (vs3-5) en/of “misleiding met inhoudsloze woorden‘ (vs6), dan hebben we de plicht dat in de gemeente aan het licht te brengen. Efeze 5:11 is geenzins een oproep om het duistere wat er in de wereld gebeurt te ontmaskeren. Dan halen we de tekst uit haar context en gaan we de verkeerde weg op.
  • Een voorbeeld uit het Nieuwe Testament is wanneer Paulus in Athene rondloopt en ziet hoe alles daar getuigt van de afgoderij (Handelingen 17:15-34). Hij gaat niet tekeer tegen al het verkeerde dat hij ziet, maar hij neemt het als uitgangspunt voor een evangelieverkondiging op de Areopagus. Een oproep tot bekering, omdat er een dag komt waarop God de mensen rechtvaardig zal oordelen door Jezus Christus, Degene die uit de doden is opgestaan. Dat is de enige boodschap die aankomt en mensen confronteert met hun schuld voor God en de vraag van hun eeuwig heil.
    Wanneer in Athene Paulus zou hebben geprobeerd uit te leggen hoe fout al deze afgoderij is en hoe ze daarmee satan en zijn demonen dienen, dan zou dat weinig uitgehaald hebben. ‘Jammer Paulus, maar wij denken daar toch echt anders over.’
    Het enige dat werkt in een boze en duistere wereld is het duidelijke evangelie zoals Paulus dat in Athene bracht. Alleen daarmee kan Gods Geest in harde harten werken tot bekering, zoals ook bij sommigen gebeurde (vs34).
    Hetzelfde geldt in deze tijd voor ons.
  • We zijn hier op aarde maar we behoren niet bij de wereld; we horen niet bij ‘het systeem’, zogezegd. De Heer Jezus heeft ons door Zijn werk daaruit los gemaakt (Johannes 15:19). Daarom leven we hier ook als ‘vreemdelingen en bijwoners‘ (zie bijvoorbeeld hier) en zijn we als pelgrims op weg naar het hemelse Vaderhuis.